“De
motor begint met schone olie. Tijdens
het bedrijf komen roetdeeltjes
en ander vuil in de motor
terecht. Dat is normaal, zeker voor
een motor die regelmatig moet
verrijken om het roetfilter te regenereren.
De olie kan daar mee
overweg. De zogenaamde detergenten
weken de deeltjes los en de
dispergenten in de olie houden ze
zwevend”.
Maar nu komt de olie aan het
einde van het service-interval: “De
detergenten en dispergenten zijn
opgebruikt, maar de automobilist
is zuinig en rijdt nog een paar duizend
kilometer door. De deeltjes
die nu in de motor komen, slaan
neer en worden niet meer opgenomen.
Als de olie uiteindelijk toch
wordt afgetapt, blijven ze in de
motor achter. Een deel van de detergenten
en dispergenten in deverse olie gaat meteen verloren
aan het losweken en zwevend houden
van oude deeltjes. Nu zou de
automobilist de olie eigenlijk vroeger
dan voorgeschreven moeten
laten verversen. Maar nee, hij rekt
het service-interval opnieuw met
een paar duizend kilometer op”.
Ondertussen gebeuren er ook andere
dingen in de motor: “De verstuivers
zijn niet meer zo fris als
op dag 1.
Een Quote uit dit document.
Het gaat hier wel uit een deel van de motorolie maar de eigenschap om vervuiling in de olie zwevend te houden geldt ook voor transmissies.
Ik kan me hierin wel in vinden, en is ook wel een punt die velen in de praktijk ooit wel eens tegen gekomen is. (black slush)
Het zal nooit ieders mening worden en dat is ook prima wat mij betreft.




